Achtergrond

Maria Voorhout is in 1985 afgestudeerd aan de Kunstacademie van Utrecht en is sinds die tijd actief als beeldend kunstenaar. Zij is daarnaast werkzaam geweest als docente beeldende vorming. Zij heeft in diverse ateliers gewerkt. Eerder heeft zij in Utrecht en wijde omgeving deelgenomen aan exposities van uiteenlopende aard. Momenteel heeft zij haar atelier in Harmelen, waar haar werk desgewenst ook bezichtigd kan worden.


In mei 2005 is zij aan de hand van één van haar werken geinterviewd over de achtergronden van haar werk:

Waar kijken we naar?

We zien een luipaard, loerend, klaar voor de sprong, tegen een donkere achtergrond. De achtergrond is versierd met bladvormen en een patroon van rode stippen.

Welke techniek heb je gebruikt?

Het schilderij is gemaakt met acrylverf op doek. Ik heb eerst de tekening van het luipaard met krijt op een zwarte achtergrond gezet. Hierna heb ik het luipaard in verschillende lagen geschilderd. Toen die eenmaal goed op zijn plek stond heb ik de decoraties van de achtergrond gemaakt. De bladvormen zijn geïnspireerd op middeleeuwse plantmotieven, het stippeltjespatroon is afkomstig uit de cultuur van de aboriginals.

Waar gaat jouw werk over?

Het gaat eigenlijk niet over één onderwerp, het is een doorgaand proces van een aantal thema’s die steeds terugkomen. Mijn werk gaat vaak over pittige dieren die in zichzelf gekeerd zijn. Dit schilderij maakt deel uit van een serie van vier werken over katachtigen. Eerder heb ik geschilderd over honden, vogels, gorilla’s, allemaal dieren met een stevig karakter.



In al mijn schilderijen en tekeningen zoek ik de spanning in die dieren. Die vind ik in de houding, de vorm, de gelaatsuitdrukking. Ik beeld ze wel altijd een beetje verstild af, nooit in actie. Het luipaard schilder ik niet ín de sprong, maar vlak ervoor. Ik probeer het karakter te verbeelden. In de gorillaportretten bijvoorbeeld vond ik de spanning tussen de schijnbare vertrouwdheid in de soms menselijke gezichtuitdrukking en het toch duidelijk dierlijke daarvan.

Het thema van die dieren met hun wat felle karakter combineer ik ook vaak met het thema van de middeleeuwse manuscripten. Die hebben altijd een randversiering, vaak met dierfiguren en plantmotieven die enerzijds heel precies en gestileerd gemaakt zijn, en anderzijds heel overdadig en kleurrijk zijn. Door die rijkdom aan beelden zie je steeds weer iets nieuws.



Het leuke van die middeleeuwse periode vind ik het ontwapenende, het speelse, de kinderlijke humor in het weergeven van de wereld. De middeleeuwers konden op een heel directe manier een verhaal uitbeelden. Wie belangrijk was werd groot afgebeeld, wie er minder toe deed werd veel kleiner afgebeeld. Heel effectief, zonder trucjes als perspectief en juiste verhoudingen in de menselijk figuur. De Romaanse kunst vind ik daarom ook veel puurder dan die van de Gotiek of Renaissance, het raakt voor mij meer de kern van de uitbeelding.

Hoe kom je op het idee voor je schilderijen?

Het is niet zomaar een idee wat me invalt, het is een langdurig proces van eindeloos zoeken naar beeldmateriaal, verzamelen van knipsels, surfen op internet (wat een uitvinding trouwens, alle bibliotheken gaan voor me open), maken van krabbeltjes en aantekeningen. Dat moet een tijd gisten en rijpen in mijn hoofd tot ideeën. Dat is meestal een langdurig proces, vaak duurt dat langer dan het schilderen zelf, want dat gaat vaak vrij vlot. Ik werk altijd in series, al die ideeën zijn niet te vangen in één werk.

Waarom heb je dít werk gekozen?

In het schilderij van het luipaard zijn mijn thema’s van dieren en middeleeuwen goed zichtbaar. In dit werk zie je bijvoorbeeld heel duidelijk de ingehouden kracht van het luipaard die ook zichtbaar is in de expressieve kwaststreek. Die vind ik heel mooi contrasteren met de rustige en tekenachtige achtergrond van middeleeuwse motieven en patronen. Ook in ander werk uit die periode zie je deze elementen terug.




Wanneer weet je of een schilderij af is?


Je stopt natuurlijk met schilderen als je denkt dat het goed is. Maar een schilderij moet daarna nog even rijpen. Ik moet er een tijdje naar kijken om te zien, te proeven of het goed blijft, of de vlakverdeling nog klopt, of de kleur past, of de verhouding van het dier goed is. Er is altijd wat afstand nodig, niet alleen in meters, ook in tijd, om te weten of het goed is.
Net als bij het beginnen, wat in mijn hoofd veel langer duurt dan het schilderen zelf, duurt ook het eindigen nogal een tijd.

Plannen voor nieuw werk?

Momenteel schilder ik aan een drie-luik met oerdieren uit de bijbel als Leviathan, Ziz en Behemoth. Ook uit het boek “Der Naturen Bloeme” van de middeleeuwse schrijver Jacob van Maerlant ben ik materiaal aan het verzamelen.
Verder werk ik aan een nieuw serie monotypes, met als onderwerp portretten van oorspronkelijke bewoners van afgelegen eilanden.